contact home home home sitemap zoeken in deze site

Mythen van het atelier

Werkplaats en schilderpraktijk van de negentiende-eeuwse kunstenaar

In de loop van de negentiende eeuw werd steeds meer een scheiding gemaakt tussen de plek waar de kunstenaar werkte en de plek waar hij zijn werk toonde. De plek waar gewerkt werd was gevuld met schildersmaterieel en –materiaal: schildersezels, verf, penselen, paletten en dergelijke. Maar ook konden de wanden behangen zijn met kunstwerken die de kunstenaar inspireerden en met werk van bevriende schilders. De ramen waren groot en vaak op het noorden.

Israels
Sigmund Low, atelier van Isaac Israels

De ruimte waar bezoekers de kunstwerken konden bezichtigen groeide langzaam uit tot een salon vergelijkbaar met die van de cliëntèle van de kunstenaar. Prachtige tapijten, antieke meubelen, bijzondere voorwerpen versierden dit zogenaamde salonatelier. Niet alleen de ruimte werd aangekleed ook de kunstenaar ging steeds meer op de kopers van zijn werk lijken: zij presenteerden zichzelf als gegoede burgers zittend achter hun schildersezel, palet in de hand, in driedelig grijs en een horlogeketting op de buik. In Nederland waren salonatelier en werkatelier vaak een en dezelfde en ontstond er een interessante hybride vorm: vuile penselen konden gemakkelijk aangetroffen worden naast antieke zijden lappen etc. Daarnaast bestond een soberdere vorm van het salonatelier, een atelier dat functioneel was en ingericht op de werkzaamheden die er werden verricht.

Luyten
Henri Luyten, bezoeker in het atelier, collectie Simonis & Buunk, Ede

Het RKD wil een completer beeld geven van de dagelijkse praktijk en techniek van het schilderen in de negentiende eeuw. Juist in deze periode veranderde er voor schilders veel door onder meer de uitvinding van de verftube. Het werd plotseling een stuk eenvoudiger om buiten het atelier te gaan werken, omdat schildermateriaal gemakkelijk was mee te nemen. Ook de kennis van het vak verandert omdat verf niet langer zelf gemaakt hoefde te worden maar kant en klaar voorhanden is.

Koelman
Romolo Koelman, zicht op zijn Romeins atelier

Het RKD brengt deze ontwikkelingen in kaart door middel van een database, RKDstudio, met citaten over de atelierpraktijk van negentiende-eeuwse Nederlandse kunstenaars. Deze uitspraken zijn – samen met negentiende-eeuwse voorstellingen van ateliers – bron voor verder onderzoek. In samenwerking met Teylers Museum wordt in september 2010 een tentoonstelling georganiseerd die aan de hand van onder meer ateliervoorstellingen, attributen en schildersmaterialen dit onderwerp vanuit verschillende hoeken zal belichten. Daarbij zal bij Uitgeverij d’jonge Hond een uitgebreide publicatie verschijnen. 

Informatie
Mr.drs. Mayken Jonkman
Conservator Negentiende-eeuwse Nederlandse en Belgische Kunst
T: 070 3339777
E: info@rkd.nl

W: www.mythenvanhetatelier.nl