Aanwinsten 2009
Dankzij de heer J.G.H. Vreeman, directeur Corpeq B.V., ontving het RKD de archivalia, productdocumentatie en werktekeningen bijeengebracht door de B.V. Koninklijke Van Kempen & Begeer en afkomstig uit de diverse bedrijven die samengingen in het hoofdbedrijf. Dit archief, dat de periode van ca. 1850 tot 1976 beslaat, is van eminent belang voor de kennis van de bedrijfsmatige zilverproductie in Nederland. Het archief omvat onder meer ruim 4000 ontwerptekeningen voor zilver en sieraden, van bekende ontwerpers als Christa Ehrlich en Jan Eisenloeffel, en een reeks van 20 albums met foto’s van de duizenden door de firma Van Kempen vervaardigde objecten. Samen geven deze een vrij volledig beeld van de opeenvolging van stijlen, uitvoeringen en, via gegevens over de afzet, van de zovele voorkeuren door de jaren heen.
Van Jonneke Jobse, universitair hoofddocent Kunstgeschiedenis aan de afdeling Kunst en Cultuur van de Vrije Universiteit te Amsterdam, ontving het RKD archiefmateriaal over kunstenaars van de zogenaamde ‘Arnhemse School’. Het betreft documentatie, alfabetisch geordend, over de kunstenaars die in de jaren 1966 tot 1993 zijn opgeleid op de afdeling Monumentaal Nieuwe Stijl, en later omgedoopt in resp. Architectonische Vormgeving en Architectonische Vormgeving/Monumentaal van de Academie voor Beeldende Kunst Arnhem. De afdeling werd opgezet en geleid door Peter Struycken en Berend Hendriks. De documentatie betreft circa 75 mappen. Het materiaal is gebruikt voor een boek dat Jonneke Jobse in 1994 samen met Ineke Middag publiceerde: De Arnhemse School: 25 jaar monumentale Kunst Praktijk (1994). Het boek verscheen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Arnhems Gemeentemuseum (14 mei t/m 26 juni 1994)
Eind 2008 ontving het RKD van de nazaten van Philippe Zilcken het deel van het archief en de bibliotheek van Zilcken dat zich eerder in zijn villa in Villefranche (Zuid-Frankrijk) bevond. Deze bibliotheek geeft een prachtig overzicht van wat een kunstenaar werkzaam tijdens de laatste kwart van de negentiende eeuw las en waar hij zijn inspiratie uit haalde. De uitgebreide contacten die Zilcken onderhield, blijken uit de talloze opschriften en annotaties die zijn boeken sieren. Omdat niet elk boek even interessant is, is besloten alleen die publicaties in de collectie van het RKD op te nemen die een persoonlijk aspect van de kunstenaar belichten, dan wel een belangrijk kunsthistorisch onderwerp betreffen. Wel is van alle voorbladen van de boeken en tijdschriften een kopie gemaakt, zodat Zilcken’s bibliotheek als geheel te bestuderen blijft.
Via Kunsthandel Marius Sterrenburg te Amsterdam kreeg het RKD een schenking van de erven van de neerlandicus J.J. Oversteegen (1926-1999). De schenking bevat brieven van Herman Kruyder (1881-1935), Jo Kruyder-Bouman (1886-1973), L. Bouman Le Gué en Nelly Bouman aan de ouders van J.J. Oversteegen, die bevriend waren met Herman Kruyder en zijn vrouw. De schenking bestaat tevens uit een aantal foto’s van het echtpaar Kruyder, een getekend familiewapen en een omschrijving van een nieuw te bouwen atelier voor de kunstenaar.
De kinderen van de kunsthandelaar G.J. Nieuwenhuizen Segaar, Wil van Eck-Nieuwenhuizen Segaar en Jan Nieuwenhuizen Segaar, schonken de brieven die Charley Toorop aan hun vader stuurde over de jaren 1928-1942, 1945-1951 en 1954. G.J. Nieuwenhuizen Segaar (1907-1985) had vanaf 1933 een kunsthandel aan de Anna Paulownastraat 107 in Den Haag. Om de hoek van dit adres woonde overigens kunstpedagoog H.P. Bremmer die ook lezingen hield in de kunsthandel en met wie Nieuwenhuizen Segaar een goede relatie onderhield.
Mevrouw P.A.W. van Cleef-Joachimsthal schonk een prentbriefkaart met enveloppe, gestempeld 21 mei 1936, van de kunstenaar Henri Le Fauconnier (1881-1946) gericht aan de kunstverzamelaar F.J. Sandbergen. De documenten worden aan RKD-brievencollectie toegevoegd.
Mevrouw Ingeborg Kurpershoek schonk mede namens haar familie het archief van haar vader de kunstenaar Theo Kurpershoek (1914-1998). Het archief bevat onder andere correspondentie met de kunstenares Jeanne Bieruma Oosting, stukken betreffende de samenwerking met de kunstenaars Nicolaas Wijnberg, Herbert Fiedler en Hans van Norden (‘De Realisten’), archiefbescheiden over typografische, grafische en monumentale opdrachten en enkele stukken betreffende het docentschap van Kurpershoek aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam en zijn gastdocentschap aan de Europaische Akademie te Trier. Tevens omvat de schenking dia’s en foto’s die Kurpershoek maakte (ter voorbereiding) van zijn werk.
Via de heer Jan Piet Filedt Kok en het Rijksmuseum te Amsterdam ontving het RKD van mevrouw L. Hesterman-van Vrijberghe de Coningh de archiefbescheiden van restaurator Warden (Roy) Hesterman (1950-2008) alsook zijn familie-archief betreffende J. A. Hesterman sr. (1848-1916), de firma J.A. Hesterman & zonen, J.A. Hesterman jr. (1877-1955), en F.C. Hesterman (1873-1932). Het archief bevat onder andere correspondentie, atelierlijsten, foto’s en agenda’s met daarin losse nota’s, brieven en notities. Van de heer A. Hesterman ontving het RKD bovendien uit het familie-archief archiefbescheiden en glasnegatieven van diverse behandelde schilderijen.
Van prof.dr. R.W. Munk ontving het RKD het archief van ‘Grafisch Gezelschap De Luis’. Het archief werd voorheen beheerd door de in 2007 overleden verzamelaar Jaap Schouten. De Luis was een in Utrecht gevestigde groep grafische kunstenaars, die in de periode van 1960 tot ca. 1980 grafiek maakten, exposeerden en verspreidden via een systeem van begunstigers. Onder de ruim veertig betrokken kunstenaars bevinden zich namen als William D. Kuik, J.H. Moesman , Henc van Maarseveen (de oprichters) , Charles Donker, Jaap Hillenius, Toon Jansen, Gerard van Rooy en Peter Vos. Met behulp van het archief is, deels door een onderzoekswerkgroep van de Universiteit Utrecht, de geschiedenis van het gezelschap in kaart gebracht, hetgeen in 2008 geresulteerd heeft in een tentoonstelling in Museum Het Rembrandthuis en de door Roman Koot samengestelde publicatie Grafisch Gezelschap De Luis 1960-1980. Individualisten in clubverband (Amsterdam 2008).
Via Pygmalion Beeldende Kunst te Maarssen verwierf het RKD een zevental briefkaarten van Kees Verwey gericht aan Mari Andriessen en familie, uit de jaren 1958, 1960, 1962 en 1976, één geillustreerde briefkaart uit 1957, een begeleidend schrijven en een uitnodigingskaart van Kunsthandel M.L. de Boer (1958). De aanvulling is toegevoegd aan het archief van Mari Andriessen en familie.
Het RKD kocht bij het Vendu Notarishuis Rotterdam een aantal brieven, briefkaarten en een foto afkomstig van de kunstenaars Jan Toorop (uit 1913, 1926) en Kees Verwey (1940-1995), alle gericht aan de redactie Letteren en Kunst van dagblad De Maasbode te Rotterdam. De brieven komen uit de nalatenschap van de Rotterdamse kunstenares en illustratrice Ellie Wessels (geboren 1918). Haar vader, de journalist Frans Wessels, was redactie-chef van De Maasbode (belast met de dagelijkse leiding van de redactie) en had daardoor contact met veel kunstenaars. De brieven zijn gericht aan de redactie of rechtstreeks aan Wessels zelf. Bij de brieven van Kees Verwey is er een brief uit september 1940, waarin Verwey onder andere vraagt om een foto van het schilderij De Wederopbouw, bijgevoegd bij de brief en tot dusver onbekend, op te nemen in De Maasbode. De brieven zijn toegevoegd aan de RKD-Brievencollectie. (afb. 2)
Het RKD kon bij het Venduehuis der Notarissen te ‘s-Gravenhage twee ansichtkaarten verwerven van Piet Mondriaan aan het echtpaar De Graaf-Rijnaard. Beide kaarten zijn in januari 1940 verstuurd vanuit Londen en refereren aan eerdere correspondentie die waarschijnlijk verloren is gegaan. Bij de aankoop van de kaarten verwierf het RKD eveneens twee kleine houtsneden van de hand van Rika de Graaf-Rijnaard die zelf ook kunstenares was. (afb. 3)
Na de sluiting van het Amersfoortse tentoonstellingspaviljoen De Zonnehof is een belangrijk deel van het archief van dit unieke paviljoen geschonken aan het RKD. Dit door Gerrit Rietveld ontworpen gebouw werd vanaf 1959 maar liefst 50 jaar lang gebruikt voor de organisatie van vele tentoonstellingen van nationaal en internationaal belang. Het archief bevat tentoonstellingsdossiers uit de jaren 1963-2006. In deze periode werden tentoonstellingen gehouden van uiteenlopende kunstenaars, waaronder Edward Munch, Paul Citroen, Willem Sandberg en Gerrit Rietveld.
De kleindochter van kunsthandelaar en schilder Douwe Komter (1871-1957), mevrouw N. Marijke Peters te Amsterdam, schonk een kladversie van een brief die Komter in 1921 stuurde aan kunstpedagoog H.P. Bremmer, vanwege diens vijftigste verjaardag. Deze brief werd verzonden als begeleidend schrijven bij een aquarel van Vincent van Gogh die Komter aan Bremmer stuurde. Mevrouw Peters schonk al eerder, in 2007, het grootste deel van het archief van Douwe Komter.
De heer Piet van Winden, voormalig eigenaar van antiquariaat AioloZ te Leiden, schonk in juli 2009 een glasnegatief van het atelier van Piet Mondriaan, 26 Rue du Départ te Parijs. Dit glasnegatief, dat werd gemaakt naar een foto van de beroemde fotograaf André Kertész (1894-1985), bleek oorspronkelijk deel uit te hebben gemaakt van het archief van Mondriaanverzamelaar Sal Slijper en is inmiddels weer toegevoegd aan dit archief.
Mevrouw Jenine van de Plassche-Staring schonk het RKD glasnegatieven van de kunsthistoricus Adolph Staring (1890-1980). Deze lichtbeelden bestelde hij voor zijn talloze gepubliceerde artikelen. Zij vormen een waardevolle aanvulling op het archief Adolph Staring dat reeds aanwezig is bij het RKD.
Het RKD ontving van het echtpaar W. en E. Rueven uit Nijmegen een brief uit september 1941 van schilder Herman Lugt aan een zekere ‘To’. Het echtpaar Rueven trof de brief aan in een boek op een markt in Utrecht. Herman Lugt (1881-1950) was een leerling van F. Hart Nibbrig, een volle neef van de schrijver Herman Gorter en een neef van mede-oprichter van het RKD, Frits Lugt. Herman Lugt schreef de brief vanuit Schoorl, zijn woonplaats vanaf 1925, waar hij aan de Duinweg nr. 65 grote een woning liet bouwen. De brief is opgenomen in de RKD-Brievencollectie.
Via de Opleiding Kunstgeschiedenis van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden ontving het RKD een verzameling veilingcatalogi, voornamelijk uit de jaren 1900 - 1950, afkomstig uit de voormalige bibliotheek van de opleiding. De catalogi, waarvan verscheidene exemplaren aantekeningen bevatten, zullen worden ingevoegd in de collectie.
Eveneens via de Opleiding Kunstgeschiedenis van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden aanvaardde het RKD een hoeveelheid documentatie van Cor Blok (1934), emeritus hoogleraar Kunstgeschiedenis van de Nieuwste Tijd in Leiden. De documentatie betreft vooral Nederlandse en buitenlandse kunst van de jaren zestig tot negentig en bestaat voor een belangrijk deel uit kleinere, veelal moeilijk vindbare publicaties van kunstenaars, kunstenaarsinitiatieven en galeries.
Van de Universiteitsbibliotheek Utrecht ontving het RKD een deel van de Fototheek van de Letterenbibliotheek. Het betreft ongeveer 130 meter reproducties van Nederlandse en buitenlandse kunst. Het beeldmateriaal maakte deel uit van de grote fotoverzameling van het voormalige Kunsthistorisch Instituut, waarmee Willem Vogelsang in het begin van de twintigste eeuw was begonnen en die in de decennia daarna verder was uitgebouwd. De reproducties, voor een groot deel fotoafdrukken van hoge kwaliteit, betekenen een verrijking van de beelddocumentatie van het RKD en worden geleidelijk ingevoegd in de verschillende deelcollecties.
In herinnering aan haar echtgenoot, de arts Auke Bult, schonk mevrouw L. Bult-Vreugde een kleine collectie brieven en documentatie afkomstig van Karel Appel (1921-2006). Als behandelend arts was Auke Bult kort na 1945 met Appel in contact gekomen en met hem bevriend geraakt. Deze vriendschap tussen de kunstenaar en het echtpaar Auke en Wiesje Bult-Vreugde zette zich na 1950 voort, toen Appel zich met Tony Sluyter in de rue Santeuil in Parijs vestigde, en in de jaren ’60 en ‘70 toen hij in Château Molesmes (Auxerre) en New York verbleef. De schenking bevat correspondentie bestaande uit door Appel vervaardigde wenskaarten (‘En vergeet het sigaretje niet’), korte briefjes, soms voorzien van een schetsje, uitnodigingskaarten met een speciale groet, foto’s van Karel Appel gemaakt door Auke Bult, krantenknipsels, en diverse vroege tentoonstellingscatologi en bijzondere uitgaven met opdracht.
Vormgever Cees de Jong schonk al het (digitale) foto- en tekstmateriaal dat is gebruikt voor de oeuvrecatalogus van het werk van Piet Mondriaan. Deze voorbeeldig gedocumenteerde oeuvrecatalogus werd in 1998 uitgegeven en bestaat uit 2 delen, die zijn verzorgd door respectievelijk Robert P. Welsh (deel I: het vroege werk tot ca. 1910) en Joop M. Joosten (deel II: het latere werk, vanaf ca. 1910). De schenking van Cees de Jong, die als vormgever verantwoordelijk was voor de oeuvrecatalogus, vormt een belangrijke aanvulling op het in 2007 door het RKD verworven persoonlijke archief van de kunsthistoricus Robert P. Welsh (1932-2000).
De heer Aat van Yperen schonk namens de ‘Stichting Visioen en Visie’ interviews die hij hield ten behoeve van de publicatie Onmetelijk Optimisme. Kunstenaars en hun bemiddelaars in de jaren 1945-1970 (Amsterdam 2006). Het betreft interviews met 23 kunstenaars en kunstbemiddelaars, onder wie Frits Becht, Erik Bos, Dick Cassée, Ritsaert ten Cate, Pieter Engels, Franck Gribling, Klaas Gubbels, Jurjen de Haan, Berdien Wijer-Stapel (assistent van Felix Valk), Jan Henderikse, Yvonne Kracht, Ger Lataster, Henk Peeters, Cornelius Rogge e.a. De heer Van Yperen schonk zowel de originele audiobanden als de uitgewerkte interviews op papier. De bijzondere meerwaarde is dat niet alle interviews uiteindelijk ook gebruikt zijn voor het boek, maar nu toch beschikbaar komen voor onderzoekers.
Via de Werkgroep Vormgevingsarchieven schonk modetekenares en beeldhouwster Constance Wibaut (1920) haar archief en een collectie documentaire schetsen en illustraties. Het geheel geeft een goed beeld van Wibauts veelzijdige leven en werk. Constance Wibaut werkte van 1953 tot 1971 als modetekenares en -redactrice voor Elseviers Weekblad en doceerde daarnaast kostuumtekenen aan de Rijksakademie. Sinds 1985 concentreert Constance Wibaut zich geheel op het beeldhouwen. De schenking bevat onder andere correspondentie, agenda’s, biografische foto’s, opnames van radio-interviews en documentatie over haar werk als modetekenares, docente en beeldhouwster.
Beeldend kunstenaar Ben Akkerman (1920) schonk een aanvulling op zijn archief. Het betreft landschapsfoto’s die zeer verwant zijn aan zijn werk. Daarnaast ontving het RKD ‘buitentekeningetjes’, documenterende schetsen met motieven van zijn werk.
Van beeldhouwer Cornelius Rogge ontving het RKD een groot aantal brieven van Gustave Asselbergs (1938-1967) aan Rogge uit de periode 1962-1967 en een verzameling documenten betreffende Gustave Asselbergs. Zowel de brieven als de documenten werden geordend en beschreven door diens broer, Bernard Asselbergs.
Van de Stichting Derkzen van Angeren, vertegenwoordigd door de heer Klaas Laansma, ontving het RKD het archief van fotograaf en beeldend kunstenaar Wally Elenbaas (1912-2008). Het archief bevat onder andere personalia, correspondentie, schetsboeken, cahiers met schetsen, dia’s, diverse foto’s, waaronder reis- en familiefoto’s, en persdocumentatie.
Tevens ontving het RKD via Klaas Laansma archief van de Stichting Derkzen van Angeren. De stichting, waarvan de heer Laansma voorzitter is, is actief op het gebied van de grafische kunst in Rotterdam en omgeving. Het betreft voornamelijk stukken betreffende de voorbereiding van de publicatie van Ida Jager, Sterk van kleur, grafiek in Rotterdam in de 20ste eeuw, Schiedam 2005.
Van kunstverzamelaar Henk R.M. Kila ontving het RKD fotokopieën van brieven van de kunstenaars Herman Berserik (1921-2002) en Nicolaas Wijnberg (1918-2006) en diens familie. Het betreft brieven uit de jaren 1992-2002 en 1990-2006. Daarnaast ontving het RKD handgeschreven inventarissen van zijn kunstverzameling in fotokopie (The Kila-Collection of Drawings and Paintings 17th through 20th century, 2004), alsmede een taxatielijst uit 1999 van veilinghuis Christie’s.
Van mevrouw J.C. Evers-Goeting ontving het RKD de archieven van haar broer Jan Goeting (1918-1984), van Catharina Goeting (1912-1987) en van Joep Goeting (1946-1986). Jan Goeting heeft in de wederopbouwperiode vooral in Den Haag veel monumentale kunstwerken aangebracht. De geschonken archieven bevatten naast albums met krantenknipsels en beelddocumentatie, tevens correspondentie met Arthur Lehning en Victorine Hefting.
Het Mondriaanhuis Museum voor Concrete en Constructieve Kunst te Amersfoort heeft het archief van Anna Bergman in langdurig bruikleen overgedragen aan het RKD. Dit archief, dat in 2008 door een nazaat van Anna Bergman werd geschonken aan het Mondriaanhuis, bevat twee brieven van Piet Mondriaan aan Cornelis ‘Cees’ Bergman – broer van de archiefvormer –, twee fotoboeken met werk van Mondriaan, en de
typoscripten van twee artikelen van de kunstenaar (‘L’art nouveau, la vie nouvelle’ en ‘La vraie valeurs des oppositions’).
Dankzij de Werkgroep Vormgevingsarchieven konden de archieven van Herman Scholten (1932), textielkunstenaar en docent aan de Gerrit Rietveld Academie, en dat van zijn echtgenote, Desirée Scholten-van de Rivière (1920-1987), eveneens textielkunstenaar, bij het RKD worden ondergebracht. Herman Scholten is van dit echtpaar het meest invloedrijk geweest. Oorspronkelijk opgeleid als schilder, begon hij in 1955 met het ontwerpen van kleden bestaande uit geometrische figuren, waarbij het ruimtelijke effect in het platte vlak uitgangspunt is.
Via de inzet van de Werkgroep Vormgevingsarchieven ontving het RKD eveneens het archief van de interieurarchitect, meubelontwerper, academiedirecteur en docent Dirk van Sliedregt (1920). Van Sliedregt is onder andere bekend door de rotan zitmeubelen, geproduceerd door de firma Jonkers, die tot 2004 gebruikt werden in de aula en het restaurant van het Stedelijk Museum in Amsterdam.
Via de Werkgroep Vormgevingsarchieven en met inspanning van galeriehoudster Helen van Ruiten, werd afgelopen jaar het archief van Galerie Binnen bij het RKD ondergebracht. Deze Amsterdamse galerie bestond van 1982 tot en met 2007 en was gespecialiseerd in vormgeving van Nederlandse en internationale ontwerpers. De galerie vervulde verschillende rollen, waaronder die van organisator van verkoop- en vormgevingstentoonstellingen – soms in samenspel met museale presentaties – collectiebeheerder en vertegenwoordiger van vormgevers bij architectenbureaus. De galerie startte in een tijd waarin zulke voorzieningen nog maar nauwelijks bestonden.
Via de inzet van de Werkgroep Vormgevingsarchieven ontving het RKD dit jaar tevens het archief van Friso Kramer (1922). Van deze gelauwerde ontwerper en mede-oprichter van het ontwerpbureau Total Design is de Revoltstoel het meest bekend en opnieuw in productie genomen. Het vernieuwende gebruik van plaatstaal in plaats van de toen gebruikelijke buisframes zijn kenmerkend voor het kantoormeubilair dat Kramer voor Ahrend ontwierp. De ontwerptekeningen en projectdocumentatie in het archief bestrijken een breed terrein: van het huisdeurslot dat niet inregent tot de inrichting van 6000 werkplekken in het kantoorgebouw van Norman Foster in Hong Kong.
De Stichting Federico Antonio Carasso schonk het archief van beeldhouwer Fred Carasso. Het is een zeer rijk en divers archief en bevat correspondentie, agenda’s, persoonlijke stukken, toeristische brochures, foto’s en catalogi van tentoonstellingen waaraan Carasso deelnam, maar ook ontwerptekeningen, manuscripten en documentatie.
Dankzij de bemiddeling van Fred Hendriks ontving het RKD van W.R. Veldhuyzen brieven van de gebroeders David Oyens (1842-1902) en Pieter Oyens (1842-1894) gericht aan hun ‘eerste teekenmeester’, Johannes Hendrik Veldhuijzen (1831-1910), over de jaren 1856-1888, 1890-1895, 1897 en 1900. Bovendien schonk de heer Veldhuyzen reisdagboekjes en kasboekjes vanwege een reis naar Duitsland van J.H. Veldhuijzen samen met de gebroeders Oyens in 1865.
Het Centraal Museum Utrecht droeg drie belangrijke archieven over aan het RKD: die van Janus de Winter (1882-1951), van Erich Wichman (1890-1929) en van Pyke Koch (1901-1991). Deze archieven werden door de erven van genoemde kunstenaars eerder aan het Centraal Museum geschonken, respectievelijk door E.G. Planten, H. Komies en door mevrouw W. Wichmann. Na toestemming van deze erven zijn de archieven ‘doorgeschonken’ aan het RKD.
Josephine Sloet, kunstenares en weduwe van Gerard Verdijk (1934-2005), schonk een belangrijke aanvulling op het archief van haar man, de schilder Gerard Verdijk. Deze aanvulling bevat veel foto’s, met onder andere een portret van Verdijk door de Haagse fotografe Marianne Dommisse.
Jan van Adrichem en Martijn van Nieuwenhuyzen schonken de volgende archiefdelen aan het RKD: een exemplaar van het manuscript van een ongepubliceerde Karel Appel catalogue raisonné 1990-1999; brieven, briefkaarten en fotomateriaal van Philip Akkerman aan Jan van Adrichem en Martijn van Nieuwenhuyzen over de periode 1984-1987; stukken betreffende de samenstelling van de Nederlandse inzending van de kunstenaars De Rijke en De Rooij naar de Biënnale in Venetië (2005); stukken betreffende de Adviescommissie Internationale Beelden Collectie (IBC) te Rotterdam over de periode 2005-2009, en stukken betreffende deelname aan de Adviescommissie Beeldende Kunsten te Utrecht over de periode 1996-1998.
In 2008 ontving het RKD een omvangrijke schenking van het Utrechts Archief: ca. 5500 foto’s van de originele prenten en tekeningen in hun collectie. De originelen zijn ondertussen gedigitaliseerd, waardoor deze referentiecollectie op het archief overbodig is geworden. Omdat de collectie topografisch is ontsloten via de beeldbank van het archief (www.hetutrechtsarchief.nl/collectie/beeldmateriaal) worden de foto’s op het RKD opgeborgen op kunstenaarsnaam. En aanzienlijk deel van het materiaal betreft 20ste-eeuwse tekeningen, die vaak zijn vervaardigd in opdracht van de gemeente Utrecht.