Verslag Studiemiddag Vormgevingsarchieven: werk in uitvoering
Op woensdag 9 juni vond in het RKD in Den Haag de ‘Studiemiddag Vormgevingsarchieven: werk in uitvoering’ plaats. Door de inzet van de Werkgroep Vormgevingsarchieven en een regeling van de Mondriaan Stichting hebben negentien vormgevingsarchieven in de periode van 2007 tot 2009 een plaats gevonden bij verschillende erfgoedinstellingen, waarvan acht in het RKD. Inmiddels zijn enkele van deze archieven reeds ontsloten en de bewerking van de andere is in volle gang. Daarom organiseerde het CRVa (Centraal Register Vormgevingsarchieven) in samenwerking met het RKD een studiemiddag over de hindernissen bij het bewerken van vormgevingsarchieven. Een aantal gerenommeerde sprekers presenteerden nieuwe ontwikkelingen op het gebied van het bewerken van vormgevingsarchieven, de oplossingen voor praktische problemen die zij tegen komen en wisselden samen met de deelnemers ideeën uit voor de toekomst.
De studiemiddag werd geopend door directeur van het RKD Rudi Ekkart die positief was over de tot nu toe behaalde resultaten zoals “het zichtbare en nog steeds groeiende CRVa” Maar ook wees hij erop dat er nog veel te doen staat voor het behoud van vormgevingsarchieven. Er zijn belangrijke archieven gesignaleerd die met nog aan te boren financiering dienen te worden ontsloten. De archieven die reeds ontsloten zijn worden ook al gebruikt in tentoonstellingen, zoals het archief van de textielkunstenaar Herman Scholten, waaruit nu stukken te zien zijn in het Mondriaanhuis in Amersfoort. Ekkart kwam met nog meer goed nieuws: “In opdracht van de Mondriaan Stichting is inmiddels door Riemer Knoop een evaluatie rapport opgesteld dat positief kritisch is. Het rapport signaleert dat het glas halvol is, en is bovendien verrijkt met een keur aan adviezen. De hoofdparticipanten van het in de afgelopen jaren uitgevoerde programma voeren momenteel overleg over de invulling van het vervolg, terwijl het CRVa gevold wordt met de nodige gegevens. Deze studiemiddag is daarom bedoeld als “een tussenstand van het werk in uitvoering”.
Evaluatie Regeling Vormgevingsarchieven door Riemer Knoop
CRVa – Samantha Castano, projectmedewerker CRVa (pdf)
Samantha Castano, projectmedewerker van het CRVa, vertelde over de stand van zaken van het CRVa project. De huidige projectfase van het CRVa die in februari 2008 van start ging, is onderdeel van het Masterplan Vormgevingsarchieven en is voor 100% gesubsidieerd door de Mondriaan Stichting. Op dit moment is twee derde van de beoogde hoeveelheid basisregistraties ingevoerd. Het aantal van 40 records van archieven uit de categorieën van het hoogste belang zal in april 2011 met een factor tien zijn toegenomen tot 400. Een belangrijke ontwikkeling hierbij is dat door de informatie die in het CRVa verzameld wordt, er steeds meer inhoudelijke verbanden zichtbaar worden. Zo blijken bij het Archief Friso Kramer relaties te bestaan met het archief van Total Design, waarvan Kramer een van de oprichters was, alsmede met het archief van de kantoorinrichter Ahrend. Een opmerkelijke nieuwe ontwikkeling voor het CRVa-registratiesysteem is de invoering van een unieke identificatiecode voor archieven. Een deel van deze code (de instellingscode) wordt toegekend door het Nationaal Archief, terwijl een ander deel (het archiefnummer) door de beherende archiefinstelling zelf aan een archief wordt meegegeven. Hoe meer instellingen de identificatiecode toevoegen, des te meer "biedt de identificatiecode de mogelijkheid om eenduidig te verwijzen naar de vindplaats van een archief". Tevens "vergemakkelijkt het uitwisseling van gegevens tussen archieven, bibliotheken en erfgoedinstellingen en vergroot het de zichtbaarheid en vindbaarheid van een archief". Uiteindelijk draagt ook dat bij aan de vindbaarheid van vormgevingsarchieven, om te raadplegen voor onderzoek, publicaties en tentoonstellingen.
Een van de acht archieven die via de regeling vormgevingsarchieven bij het RKD worden ontsloten is het archief van N.V. Koninklijke Van Kempen en Begeer en rechtsvoorgangers. Dit archief is een uitgelezen voorbeeld van het combineren van expertise op zowel museaal als archiefgebied want, “omdat er zoveel stukken uit de bedrijfscollectie bij het Nederlands Zilvermuseum in Schoonhoven in de collectie zijn gekomen kunnen wij in de toekomst ook een bredere context aanbieden door informatie over en weer uit te wisselen”. Zo sprak Irene Meyjes, projectmedewerker Archivalia bij het RKD, die dit archief inventariseert. Naar alle verwachting zal dit omvangrijke archief in 2012 beschikbaar zijn voor publiek. Het archief meet 80 meter en bestaat uit de papieren bedrijfsvoering, die het meeste inzicht geeft in hoe het archief in elkaar zit, circa 10.000 tekeningen en duizenden foto’s. Bij het inventariseren “werden de bedrijfsarchivalia afgestoft, uit de ordners en plastic mappen gehaald. Hierbij was de gouden regel de oorspronkelijke ordening te respecteren. Vervolgens wordt het beschreven, stukken krijgen een inventarisnummer en daarna gaan zij met zuurvrij of zijdevloeipapier in een rechtopstaande zuurvrije blauwe doos”. Voor het digitaliseren komen zowel “foto’s als tekeningen, de meest kwetsbare en precieuze stukken, en stukken die moeilijk fysiek te tonen zijn zoals grote formaten” in aanmerking.
“Groot formaat objecten worden vaak beschouwd als lastig en moeilijk te hanteren objecten om te bewaren” aldus Cristina Duran Casablancas, papierrestaurator bij het Stadsarchief Amsterdam. Zij toonde aan dat er voordelen zijn van het standaardiseren van groot formaat objecten. De verhuizing van het Stadsarchief naar gebouw De Bazel vroeg om een herformulering van de wensen en eisen voor de verpakking en berging van zulke archiefstukken. Het standaardiseren van de bergingssystemen brengt duidelijk voordelen met zich mee, zoals uniformiteit, ruimtebesparing en het sluit goed aan bij de bestaande bergingssystemen. Het systeem is desgewenst eenvoudig uit te breiden omdat de verpakkingsmaterialen standaard in de handel verkrijgbaar zijn en is daarom een duurzame oplossing. Ook bij de dagelijkse werkzaamheden van Duran Casablancas speelt digitaliseren een rol. Het is een onderdeel geworden van de conservering van deze objecten om het hanteren van de objecten tot een minimum te beperken. Zoals “het rollen van de objecten een schadelijke factor is”, maar zolang het object niet te vaak uit- en ingepakt hoeft te worden kan het geen kwaad. Belangrijk hierbij is dat er “goede keuzes worden gemaakt wat wel en niet opgerold mag worden”. Duran Casablancas benadrukt dat advies bij papierrestauratoren kan worden ingewonnen. Zo is vlak bewaren van objecten beter dan opgerold, maar is het niet altijd mogelijk door de beperkte beschikbare ruimte. Wanneer de stukken in gesloten verpakkingen worden bewaard is het des te belangrijker dat via een digitaal registratiesysteem de stukken eenvoudig te traceren zijn. Kortom er dient kritisch te worden gekeken naar het object en naar de meest geschikte bergingssystemen.
Ook werd er kritisch gekeken naar de gehanteerde selectiemethoden en ontsluitingsystemen voor archieven door zelfstandig onderzoeker Bernadine Ypma . Zij vertelde waar wij op kunnen letten, zoals dat de wijze waarop de vormgevingsarchieven in archiefinstellingen en musea worden ontsloten en gepresenteerd, aangepast moet worden op de vraag van het interne en externe publiek zodat het voor hen makkelijk toegankelijk is. Gebruikersonderzoek is noodzakelijk om te bepalen wie er gebruik gaat maken van het archief: “op basis daarvan kun je bepalen wat je gaat ontsluiten en op welk niveau”. De toegankelijkheid is volgens Ypma erg belangrijk, “een goed geordend archief leidt de gebruiker namelijk naar de juiste informatie”. Ook met behulp van metadatastandaarden is de toegankelijkheid te vergroten. De internationaal erkende standaarden zijn een adequate manier om data uit te wisselen. In Musea wordt vaak Spectrum gebruikt, vooral omdat deze standaard geschikt is voor het hanteren door interne medewerkers. ISAD(G) is gebruikelijker in archieven en ook goed toepasbaar is voor het externe publiek. Deze standaard beschrijft de structuur en inhoud van het archief. Ook onderschrijft Ypma een artikel uit The American Archivist uit 2005 waarin wordt gesuggereerd dat de archieven te gedetailleerd worden beschreven. Niet ieder archief is gebaat bij een standaard manier van ontsluiten. Volgens Ypma “hoeft niet elk object uit een archief even minutieus te worden verzorgd en beschreven worden bewerkt, omdat bijvoorbeeld in een depot met goede klimaatomstandigheden corrosie geen kans krijgt en het dus niet nodig is om alle nietjes te verwijderen”.
Archiefvormer aan het woord: Archief Galerie Ra – Paul Derrez, galeriehouder (pdf)
Dat er bij het ontsluiten van de archieven veel komt kijken ondervond ook Paul Derrez, galeriehouder van Galerie Ra. Hij liet zijn visie horen over de samenwerking met het RKD, in het bijzonder met archivaris Ramses van Bragt. Derrez besloot in de jaren ’70 om zijn eigen zaak te beginnen met eigentijdse sieraden en hij wilde ook het vakgebied in algemene zin stimuleren door het verzamelen en produceren van informatie. Hij kwam in contact met het RKD omdat hij het archief een bestemming wilde geven. Na overleg is besloten om de periode 1975 tot 2000 te inventariseren omdat vanaf 2000 het archief meer en meer in digitale vorm bestaat. Samen hebben ze bij Derrez thuis het archief grondig doorgenomen, wat hij erg plezierig vond. Hij vond het fijn dat hij “gesteund werd in de keuzes die gemaakt moesten worden, want als archiefvormer ben je toch geneigd om andere keuzes te maken dan diegene die het archief in beheer krijgt”. Het dia-archief, dat nu uit ca. 9.000 dia’s bestaat, en de projectmappen heeft hij geordend, omdat hij de enige was die daar de weg in wist. Derrez uitte zich wel kritisch, omdat er een aantal zaken nog onbeantwoord zijn. Zo verbaasde hij zich erover dat het RKD geen kant en klare verpakkings- en bergingssystematiek voor specifieke foto’s voorhanden had, en dat de beeldrechten bij meerdere rechthebbenden niet direct helder zijn. Terugkijkend op het proces had hij toch strenger willen zijn, bijvoorbeeld eerder een selectie van dia’s maken voor digitalisering. Maar hij was verder zeer positief over de samenwerking en het archief 2000 tot 2020, zou hij, als hij tegen die tijd wilde stoppen, dan graag ook onderbrengen bij het RKD.
Marie Christine van der Sman, directeur NAGO, heeft het Archief van Studio Dumbar geïnventariseerd. Zes van de negentien archieven zijn binnen de Regeling Vormgevingsarchieven onder handen genomen door het NAGO, waaronder ook het Archief Total Design, een archief van 300 meter(!). Van der Sman liet een aantal affiches zien waarbij Gert Dumbar en zijn huisfotograaf, Lex van Pieterson, foto’s maakte van theatrale ensceneringen, waarvan Dumbar een grafische interpretatie maakte. De status van het archief was toen ze het aantroffen rommelig en ongeordend. Volgens Van der Sman is het vooral belangrijk om bij het ordenen van een archief te kijken naar de “handeling van de archiefvormer, en wat is van belang geweest in de ontwikkeling van het ontwerpwerk, van welke stukken is het ontwerpproces af te lezen?” Het is belangrijk om goed te selecteren, zoals Bernadine Ypma al aan had gegeven, met name bij zo’n omvangrijk archief. Het zijn immers kostbare projecten en projectsubsidies moeten goed besteed worden. Bij de selectievraag of het DTP (Desk Top Publishing) formaat of het opgeleverde project bewaard moet worden, valt de keuze op laatstgenoemde. De grootste uitdaging is het digitale archief, omdat maarliefst 1200 dvd’s en cd-roms moeten worden geordend en beschreven. De behandeling van het digital born onderdeel van het archief bevindt zich momenteel in een pilotfase. Elk object zal een afkorting, een projectcode en een naamcode krijgen, zoals die ook door de ontwerpstudio werden gehanteerd. De project- en de naamcode worden gekoppeld aan de digitale bestanden die daar aanwezig zijn. Van de circa 100 websites die de studio ontworpen heeft, worden in korte filmpjes de essentie en de look and feel bewaard. Daarnaast verkent NAGO met een tiental ontwerpbureaus de mogelijkheid om digitale bestanden op een server bij Cumulus op te slaan en digitaal doorzoekbaar te maken.
Een ander groot archief dat is geïnventariseerd is dat van koffie- en theebranderij Van Nelle. Jantje Steenhuis, voorzitter BRAIN (Branchevereniging Archiefinstellingen Nederland) en directeur Gemeentearchief Rotterdam, vertelde over Jacob Jongert, Nederlands eerste reclame vormgever, die veel voor Van Nelle heeft ontworpen. In 2006 is het archief in beheer genomen en naar verwachting zal het in 2011 geheel toegankelijk zijn. Steenhuis benadrukt de ‘visuele aantrekkelijkheid’ van vormgevingsarchieven; iedereen zou de prachtige afbeeldingen en voorwerpen moeten kunnen zien. Ze betreurt het dat zulke stukken voor een groot deel inde depots liggen. BRAIN komt op voor het behoud en toegankelijkheid van bedreigde particuliere archieven of collecties die van waarde zijn voor de archiefcollectie in Nederland. Archiveren is vooruitzien en daarbij zijn particuliere archieven ook belangrijk, en Steenhuis is het er roerend mee eens dat dat er aandacht voor wordt gevraagd: “in het kader van een evenwichtige archiefcollectie Nederland moet er goed worden geselecteerd en gestreefd worden naar een uitgebalanceerde collectie”. Steenhuis kwam verder met goed nieuws. Juist vandaag was het besteladvies van de Raad van Cultuur gepresenteerd, waar zij als hoofdpunten uit licht: “Het beheer en behoud van archieven is niet voldoende. Daarom moet de overheid haar verantwoordelijkheid uitbreiden naar particuliere archieven van evident, nationaal belang. Volgens de Raad van Cultuur is het noodzakelijk dat archieven van waardevolle, particuliere archieven worden opgespoord, centraal worden geregistreerd en dat de eigenaren ervan worden ondersteund. Daarnaast wordt geadviseerd een stimuleringsfonds fonds op te richten en zo bedreigde archieven een helpende hand te bieden”. Het adviesrapport is ook te lezen op www.cultuur.nl.
Vandaag is gebleken dat het vakgebied absoluut niet stil staat. Het onderwerp archiefbewerking leeft bij een grote groep professionals en het is goed om elkaar op de hoogte te houden van nieuwe toepassingen en aanpassingen van systematiek en werkwijzen.
Verslag: Bregje de Haas, stagiaire CRVa
23 juni, Den Haag