contact home sitemap zoeken in deze site

Verslag Symposium Archief in Vorm 02

31 mei: Archief in Vorm 02, tweede symposium over het ontsluiten, onderzoeken
en presenteren van vormgevingsarchieven. RKD, Den Haag

Persbericht lancering CRVa (pdf)

Bescheiden voorwerpen koesteren
Een overzicht van vormgevingsarchieven en een centraal register om al die archieven te ontsluiten – Archief in Vorm 02 kon belangrijke vooruitgang melden ten opzichte van de eerste conferentie, drie jaar geleden. Maar de versnippering blijft. ‘Het gaat om bescheiden gebruiksvoorwerpen, waarvoor we bijzondere maatregelen moeten treffen.’


BeeldTegenBeeld

Foto: Ernst Moritz, Beeld tegen Beeld (1993)
De tentoonstelling was een initiatief van Sjarel Ex
en werd ontworpen door Lies Ros i.s.m. Rob Schröder


Toen drie jaar geleden het eerste symposium Archief in Vorm werd gehouden was de urgentie groot. ‘Tot nu toe was de aandacht voor archivering van dit deel van het roerend cultureel erfgoed beperkt’, meldde een analyse van Premsela. ‘Uitgesproken zorgwekkend’ was volgens diezelfde analyse dat een groot aantal particuliere archieven niet eens een bestemming had of dat daarvoor bij de archiefvormer geen interesse bestond. Het kwam erop neer dat een groot deel van de geschiedenis van de Nederlandse vormgeving verspreid was over talloze archieven, kasten en zolders, waar materiaal in vaak slechte omstandigheden lag opgeslagen. Over de digitale beschikbaarheid van archieven kon men alleen nog dromen.

Archief in Vorm 02 kon met goed nieuws van start gaan. Aan het eind van de ochtend opende adjunct-directeur Arnoud van Aalst van Premsela het Centraal Register Vormgevingsarchieven (CRVa), waarin gegevens over verblijfplaats, omvang, inhoud en toegankelijkheid van belangrijke vormgevingsarchieven in Nederland kunnen worden opgezocht. Dit register is te raadplegen via www.rkd.nl/crva. Ook de tweede belangrijke doelstelling van dat eerste congres, het opstellen van een lijst met ‘urgente’ archieven, is inmiddels gehaald. En ook het derde streven, niet alleen een inhaalslag maken maar de zorg voor dit erfgoed blijvend op de kaart zetten, blijkt gelukt, aldus dagvoorzitter Jos Holtkamp. Maar dat is geen enkele reden om achterover te leunen.


Geen kapvergunning
‘Hoe zien we door de bomen het bos?’, scherpte Rudi Ekkart, directeur van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie het probleem van de versnipperde archieven aan. Volgens de RKD-directeur is het cruciaal ‘om onze taak te preciseren en bondgenoot- schappen te smeden’. Een belangrijke stap is een regeling met de Mondriaan Stichting, die tot maximaal zeshonderdduizend euro bijdraagt: veertig procent van het benodigde budget; de andere partijen moeten voor de resterende zestig procent zorgen.
Vier doelstellingen staan de komende jaren centraal: urgente archieven moeten behouden blijven (‘voor welke bomen mag absoluut geen kapvergunning worden verleend?’); de archiefbeherende instellingen zullen hun aandacht meer moeten richten op vormgevingsarchieven en moeten daarvoor ook de ruimte krijgen; personen en bedrijven die hun archief zelf willen beheren, zullen bereid moeten zijn daarin te investeren; en de huidige generatie vormgevers zou haar werk nu al goed moeten bewaren.’


VK&Begeer

Modellenboek firma Van Kempen & Begeer, ca. 1910
Collectie Stichting het Van Kempen & Begeer Museum


Alles is relevant
Dat laatste gebeurt al op kleine schaal. Grafisch ontwerper Irma Boom werkt samen met de Universiteit van Amsterdam om haar hele archief voor later onderzoek bij bijzondere collecties onder te brengen. Dat is nog best lastig, bleek uit Booms verhaal: haar productie is behoorlijk omvangrijk. Over de vormgeving van één boekomslag –  van het boek ‘Sheila Hicks. Weaving as metaphor’ (2006) Yale University Press, met het werk van deze textielkunstenaar– ontving Boom zo’n vijftienhonderd e-mails van de uitgever. Vijftig dummy’s ontwikkelde ze van het boek voordat de definitieve versie op tafel lag. Tweehonderd e-mails over de typografie. Et cetera. ‘Ik hou daarvan’, vertelde Boom. ‘Mijn uitgangspunt is niet om zomaar een ideetje op tafel te leggen. Mijn plan komt voort uit een eindeloze reeks gesprekken en een eindeloze correspondentie.’

Voor zo’n uitgebreid archief zal de UvA een passende oplossing moeten vinden. Boom bewaarde zelfs de champagnekurk van de fles die ze samen met Hicks opentrok toen het boek eindelijk was gedrukt, want: ‘Alles is relevant.’ Sindsdien won ze met het ontwerp een groot aantal prijzen, waaronder een gouden medaille in Leipzig voor ‘Best Book Design from all over the World’.


Meer, meer, meer
Aan de andere kant van de archiefkast – of het beeldscherm – staat designhistorica Frederike Huygen die uit dat enorme aanbod een selectie maakt. Op dit moment is ze voor Premsela bezig met een tweedelige bloemlezing over de geschreven geschiedenis van de Nederlandse vormgeving in de twintigste eeuw. Dit najaar zal ‘Visies op vormgeving. Het Nederlandse Ontwerpen in Teksten’ (2007) bij Architectura en Natura verschijnen. Huygen omschrijft dit project als ‘een tocht langs talloze bibliotheken en archieven, langs artikelen, recensies, folder, brieven en memoires.’ Een centraal registratiepunt juichte Huygen daarom van harte toe. Maar daarmee zijn we er volgens haar niet. Zo is het belangrijk dat we brieven gaan verzamelen. Nu richten instellingen zich vooral op objecten en ontwerptekeningen. ‘Maar vormgeving is geen vrije beeldende kunst, alles draait om de opdracht.’ En die opdrachtverlening en bijvoorbeeld de relatie met de opdrachtgever, is met name in brieven terug te vinden, volgens Huygen. ‘Mijn pleidooi komt neer op meer, meer, meer: meer archieven, meer onderzoek en meer publicaties.’ Om het beperkte onderlinge contact tussen onderzoekers te ondervangen, pleitte Huygen voor een meldpunt onderzoek, waarin ook scripties worden opgenomen.


Honderd vragen
En die scripties zijn er. Op de Reinwardt Academie houden studenten zich in toenemende mate bezig met vormgevingsarchivering. Directeur Theo Thomassen van de academie stelde dat vormgevingsarchieven bijzonder zijn omdat ze, behalve over het werk van een individuele ontwerper, ook iets vertellen over het dagelijks leven van die vormgever. Het gaat immers om gebruiksvoorwerpen. ‘Design is heel geschikt voor het dragen van gemeenschappelijke herinneringen.’

Nieuwe studenten van de Reinwardt Academie krijgen elk jaar de opdracht drie voorwerpen van thuis mee te nemen en honderd vragen te verzinnen over de eigenschappen en de achtergronden van die objecten. ‘Zo leren studenten dat het aantal vragen eindeloos is.’
Thomassen pleitte ervoor de bronnen van onze kennis over het dagelijks leven uit eerdere tijden zorgvuldig te koesteren. ‘Het gaat om de bescheiden gebruiksvoorwerpen van onze ouders en zonder bijzondere maatregelen kunnen we onze vragen straks niet meer aan die objecten stellen.’


Museum én depot
Als de archieven er zijn en het onderzoek is er, hoe laat je het resultaat dan zien aan het publiek? ‘Het ideale archief is het dynamische depot’, vertelde Sjarel Ex directeur van Museum Boijmans Van Beuningen. ‘Het werkt als de menselijke hersenen. Er zit een zoekmachine in die werkt met kennis en associaties en die het juiste werk aanlevert als je het nodig hebt.’ Het museum denkt intensief na over de ontwikkeling van een nieuw depot, vertelde hij. ‘Je kunt een archief zien als onderdeel van de backoffice, maar ook als een plaats waar een visie samenkomt – waar niet alleen wordt gewerkt aan bewaren en archiveren maar ook aan ontsluiten en activeren.’

Om dat mogelijk te maken, moeten we volgens Ex een grote stap zetten. ‘De collectie van Boijmans Van Beuningen komt bij uitstek voort uit particuliere verzamelingen. Als we dan toch een nieuw depot maken, waarom dan niet in de vorm van een publiek-private samenwerking?’ Een voorbeeld is het Schaulager in Bazel, dat als museum en als depot fungeert. Hoe dit in zijn werk gaat is te zien op www.schaulager.org. Veel keuze is er overigens niet: ‘Met alleen publieke fondsen is de ratrace op de kunstmarkt niet bij te benen.’


Werkgeheugen van het archief
Grafisch ontwerpster Lies Ros ontwikkelde in 1993 voor het Utrechtse Centraal Museum – waar Sjarel Ex toen directeur was – een tentoonstelling over het ontwerperscollectief Wild Plakken. Ze maakte daar zelf deel van uit, maar dan nog was het een opgave om wording en resultaat in beeld te brengen. ‘Onze mentaliteit, ons plezier moest zichtbaar zijn. En het moest een aanstekelijke tentoonstelling zijn.’ Daarvoor bleken de thema’s waar Wild Plakken doorgaans mee werkte – activisme, esthetiek, massacultuur – niet toereikend, ‘omdat ze te veel over de vorm gingen’. Uiteindelijk besloten Ros en collega Rob Schröder om bezoekers meerdere ‘materiële en immateriële ingangen’ tot hun werk te geven. Zo werd niet alleen het eindproduct zichtbaar, maar vooral ook hoe dat product tot stand was gekomen.

Naast het Centraal Museum is het Eindhovense Van Abbemuseum een van de weinige musea die het publiek al binnenleidden in de archivering van vormgeving. ‘Living Archive’ heette de tentoonstelling. Volgens Diana Franssen van het Van Abbe moeten we de tentoonstelling zien als ‘een actief werkgeheugen van het archief’. Inmiddels zijn er meerdere Living Archive-tentoonstellingen geweest en is het archief als zodanig niet langer de aanleiding. ‘Het archief krijgt binnen de tentoonstellingen steeds meer de functie van kunstwerk.’


Zoeken en doorklikken
Na de lezingen stelden Arnoud van Aalst van Premsela en Anja Tollenaar van het RKD het Centraal Register van Vormgevingsarchieven in werking. Het CRVa is een database die een overzicht geeft van Nederlandse vormgevingsarchieven en bevat al ruim 1700 namen van vormgevers en bedrijven. Met het zoeken naar de ontwerper ‘Premsela’ werd het CRVa gedemonstreerd. De database toonde als zoekresultaat het archief van Benno Premsela. Vanuit de hoofdgegevens over het archief kan het publiek doorklikken naar de inventaris van het archief. De database verwijst bovendien naar gerelateerde archieven, zoals het bedrijfsarchief van de textielfirma Van Besouw, waar Premsela 23 jaar hoofd vormgeving en productontwikkeling was.

Het CRVa is online raadpleegbaar via de website van het RKD, www.rkd.nl Vervolgens overhandigde Mariet Willinge van het NAi de handleiding ‘Het ontwerpproces bewaard’ aan Dick van Hoff, productontwerper voor o.a. Droog Design en Koninklijke Tichelaar Makkum. Dit boekje geeft in het kort instructies aan ontwerpers voor het beheer van hun eigen archief. Het is te bestellen bij boekhandel Nijhof & Lee, www.nijhoflee.nl en te downloaden via de website van het NAi.

Workshops
‘s Middags stonden vijf workshops op het programma. De workshop ‘Archief gezocht’ zocht voor 25 urgente vormgevingsarchieven een onderkomen. De workshop ‘Tradities opnieuw bekeken’ ging in op de rol van geschiedenis als inspiratiebron voor designers. Tijdens de workshop ‘Het oude wordt nooit oud’ werden de deelnemers uitgedaagd mee te denken over nieuwe presentatiemogelijkheden. De workshop ‘De belangstelling voor bedrijfsarchieven’ begon met de presentatie van vier cases van bedrijfsarchieven. Achtereenvolgens kwamen de ‘best practices’ van de firma’s Gispen, Van Besouw, Fokker en Van Kempen & Begeer aan bod. In de discussie die volgde stond de vraag centraal welke maatregelen bij zouden dragen aan het verhogen van het bewustzijn van het bedrijfsleven over het belang van hun archieven. De vijfde workshop, ‘Het ontwerpproces bewaard’, ging dieper in op een aantal vragen over beschrijving en beheer van vormgevingsarchieven.

Bob Noorda
De dag werd afgesloten met de overhandiging van het cahier ‘Bob Noorda’ door Robert van Rixtel van [Z]OO producties aan de bijna 80-jarige grafisch ontwerper. Esther Cleven van De Beyerd lichtte toe dat, alhoewel Noorda in Nederland niet zo bekend is, hij gezien wordt als de stichter van de corporate identity van Italië. Hij was verantwoordelijk voor het ontwerp van talrijke huisstijlen, zoals die van AGIP, Pirelli en COOP.

Welke  resultaten de inspirerende verhalen en de workshops gaan opleveren wordt zichtbaar in 2010.  In dat jaar staat Archief in Vorm 03 gepland.

Klik hier voor het programma van 31 mei


Links
www.premsela.org
www.nai.nl