contact home home home sitemap zoeken in deze site

Painted Illusionism

Painted Illusionism. Decorative Painting in the European Domestic and Public Interior 1600-1950. Den Haag (RKD) en Amsterdam (verschillende locaties), 22-23 juni 2006
Programma van het symposium (PDF).

Verslag van het symposium (overgenomen uit: RKD Bulletin 2006/1-2, p. 41-45)

Het symposium Painted Illusionism. Decorative Painting in the European Domestic and Public Interior, 1600-1950 werd gehouden ter gelegenheid van de naderende voltooiing van de eerste fase van het project Inventarisatie Decoratieve Interieurschilderingen in Nederland (1600-1940). Dit project is een gezamenlijke onderneming van het RKD en de RDMZ (Rijksdienst voor de Monumentenzorg). Het project beoogt de geschilderde behangsels en muurschilderingen, plafondschilderingen, schoorsteen- en bovendeurstukken in kaart te brengen die tussen 1600 en 1940 in Nederland zijn vervaardigd voor niet-kerkelijke, openbare en particuliere gebouwen. Twee kunsthistorici en diverse fotografen zijn sinds september 2001 werkzaam voor dit project. De resultaten worden geïntegreerd in de documentatiesystemen en databases van zowel het RKD als de RDMZ. Een groot gedeelte kan al worden geraadpleegd via de website van het RKD (RKDimages).

Op donderdag 22 juni werd een reeks lezingen gegeven in de aula van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Na een welkomstwoord door prof.dr. Rudi Ekkart, gaf dr. Eloy Koldeweij(RDMZ)een inleiding tot het symposium. Hierna volgden in de ochtend de voordrachten:
- Decorative Paintings in the Netherlands. An Overview, drs. Richard Harmanni (RKD)
- Wall and Ceiling Paintings in Private Houses and Castles in Saxony around 1600 and in the 17th Century, Dr. Angelica Dülberg (Landesamt für Denkmalpflege Sachsen, Dresden, BRD)
- The Palace of Nicodemus Tessin in Stockholm: the Painted Interior as Artistic Confession, dr. Martin Olin (Gotland University, Sweden)
In de middag kwamen onderwerpen aan de orde als:
- Giuseppe Mattia Borgnis (1701-1761) and his Work in England, Alastair Laing (National Trust, UK)
- Die großen Leinwände in der Schweiz im letzten Drittel des 18. Jahrhunderts, prof. dr. Gaëtan Cassina (Université de Lausanne, Switzerland)
- The Dutch Artist Dolf Henkes (1903-1989) and his Monumental Art: a Case Study of an Unique Preservation Project, drs. Simone Vermaat (Instituut Collectie Nederland (ICN), Rijswijk).

Helaas moesten dr. Bernard Jacqué (Musée du Papier Peint, Rixheim, Frankrijk), die zou spreken over Panoramic Wall Hangings: Hidden Relations between Nothnagel in Frankfurt and Zuber in Rixheimen Eugène Warmerbol (Université Libre de Bruxelles, België), die zou spreken over Egypt on the Wall, or Egypt and Masonry helaas verstek laten gaan.

Op vrijdag 23 juni konden de deelnemers kiezen uit diverse excursies in Amsterdam. In kleine groepjes werd een aantal gebouwen bezocht met decoratieve interieurschilderingen, waarvan de meeste doorgaans niet voor het publiek toegankelijk zijn. Er waren vier verschillende routes: zestiende & zeventiende eeuw, achttiende eeuw, negentiende eeuw, twintigste eeuw. Deze excursiedag werd afgesloten met een besloten receptie op Keizersgracht 269; een privé-huis met maar liefst vier vertrekken met geschilderde wandbespanningen uit de achttiende en vroeg negentiende eeuw.

Een aantal deelnemers aan de excursie was zo vriendelijk enkele persoonlijke impressies op papier te zetten, waaruit hier enige fragmenten zijn overgenomen.

Achttiende eeuw:
“Een hoorn des overvloeds: een rondgang langs achttiende-eeuwse
interieurschilderingen in Amsterdam. Het eerste programmaonderdeel was een kleurige barokke plafondschildering op stuc, toegeschreven aan Pieter Jansz. van Ruyven (1651-1719). Veel van de door hem toegepaste symbolen bleken ook voor te komen in de andere plafond- en wandschilderingen die we in de loop van dag te zien kregen. Met name de cornucopia, de hoorn des overvloeds, vormde een consequent terugkerend motief, dat uiteindelijk tot Leitmotiv van de dag werd verheven. Want er was heel veel te zien. De werken variëerden van imposante stukken van Jacob de Wit (1695-1754) tot uiterst decoratief werk van Johan Bolderer (werkzaam ca. 1760) en de huizen verschilden navenant: in de imposante tuinkamer van Huis Van Brienen aan de Herengracht was het even alsof we een andere tijd binnenliepen, terwijl in het charmante voorkamertje van een huis aan de Keizersgracht hedendaagse meubels aangaven dat in veel antieke interieurs nog altijd wordt gewoond.” (Met dank aan Johan de Haan, Het Oversticht, Zwolle)

Negentiende eeuw:
“Ook onder de negentiende-eeuwse huizen die op deze dag werden bezocht waren vele hoogtepunten, die onderling sterk verschilden. In het interieur van een particuliere woning aan de Herengracht, met onder andere schilderingen van Johannes Stortenbeker (1821-1899), overheersen lichte tinten, terwijl daarentegen in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) een deel van de ruimtes wordt bepaald door het donkere eikenhout van de Nederlandse neorenaissance. Er was tussen deze twee voorbeelden geen verschil in functie, want beide panden zijn oorspronkelijk ingericht als particulier woonhuis. Bij het NIOD bezichtigden wij ook de Moorse badkamer, een voor Nederland uniek voorbeeld van laat  negentiende-eeuwse oriëntaliserende badkamerarchitectuur. Hoe nuttig het bezoek van een groep specialisten kan zijn voor de kennis over een interieur bleek in de prachtige wintertuin van hotel Krasnapolski, waar na bestudering van een oude foto werd geconcludeerd dat de schilderingen die nu te zien zijn niet overeenkomen met de oorspronkelijke. Een dergelijke ontdekking kan aanleiding zijn voor nader onderzoek.” (Met dank aan Erik Löffler, RKD)

Twintigste eeuw:
“Als eerste werden de schilderingen van Peter Alma (1886-1969) en Joop Sjollema (1900-1990) in het Berlage Lyceum in Amsterdam-Zuid bezichtigd. Joop Sjollema werd in 1928 gevraagd een wandschildering te maken in de HBS (Hogere Burgerschool) aan de P.L. Takstraat 34 hetgeen resulteerde in de ‘Cyclus der seizoenen’. Als gevolg hiervan wilde de Tweede Openbare Handelsschool aan de P.L. Takstraat 33 ook een wandschildering, waarvoor Peter Alma werd gevraagd. Deze schildering geeft allerlei vormen van vervoer weer. Als tweede werd het Gesamtkunstwerk het Tuschinski Theater bezocht, met muur- en plafondschilderingen van Jaap Gidding (1887-1955). De volgende stop was het Vakbondsmuseum in de Burcht van Berlage, alwaar zich wandschilderingen van Richard Roland Holst bevinden. Alle schilderingen hebben als thema ‘de verheffing van de arbeider’ of ‘het ontstaan en bloei van de vakbond’. In het Koninklijk Instituut voor de Tropen zagen we vervolgens verschillende wandschilderingen van Hendrik Paulides (1892-1967), die de samenwerking tussen het oosten en het westen laten zien (afb. 4). Alle decoraties die in het gebouw zijn aangebracht, hebben te maken met thema’s rondom het koloniale tijdperk en daarmee met het verleden van het Tropeninstituut. De rondleiding werd afgesloten met een bezoek aan de Stadsschouwburg, met schilderingen van diverse schilders, waaronder Gerard Hordijk (1899-1958), Anton Rovers (1921-2003), Jan Peeters (1912-1992) en Joop Sjollema. Al dan niet herkenbaar zijn alle wandschilderingen gebaseerd op het thema zang, dans of toneel.”  (Met dank aan Wobke Hooites, ICN)

De gepresenteerde diversiteit van het onderwerp in Europese context op de eerste dag en met name de confrontatie met de in situ bewaard gebleven schilderingen op de tweede dag hebben tot grote bijval onder de deelnemers hebben geleid. Het succes van het symposium heeft de organisatie enthousiast gemaakt voor de organisatie van een vergelijkbaar evenement wanneer de publicatie naar aanleiding van de inventarisatie zal verschijnen.