Kunsthistorici en Nederlandse kunst
In het kader van het 75-jarig bestaan organiseerde het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie op donderdag 10 mei 2007 een symposium met als titel: In het spoor van de onderzoeker: de kunsthistoricus en zijn archief als onderwerp van onderzoek. In een reeks lezingen zijn vijf kunsthistorici belicht die een bijzondere impuls hebben gegeven aan het onderzoek naar Nederlandse kunst uit de 15de tot en met de 20ste eeuw. Achtereenvolgens kwamen aan bod:
• Max J. Friedländer: 15de-16de eeuw
• Wilhelm Martin: 17de eeuw
• Adolph Staring: 18de eeuw
• Jan Knoef: 19de eeuw
• A.M. Hammacher: 20ste eeuw
Een wezenlijke bron bij het onderzoek naar de kunsthistoricus vormt het werkmateriaal dat door hem is bijeengebracht en dat ten grondslag heeft gelegen aan zijn publicaties. Niet alleen biedt het een boeiende kijk op diens werkwijze en de totstandkoming van onderzoeksresultaten, maar het geeft bovendien inzicht in de ontwikkeling van het vak kunstgeschiedenis. Het verzamelen en beheren van archieven van kunsthistorici is dan ook van groot belang en vormt een van de speerpunten binnen het collectiebeleid van het RKD. Ook van de kunsthistorici die op het symposium aan bod komen, is archiefmateriaal in het RKD aanwezig.
Programma
10.30u Ontvangst met koffie
11.00u Welkomstwoord door Daniëlle Lokin (directeur Stedelijk Museum Het Prinsenhof,
Delft en voorzitter van de Vrienden van het RKD)
11.10u Rudi Ekkart (RKD), Inleiding: De kunsthistoricus en zijn archief
11.30u Suzanne Laemers (RKD), Max J. Friedländer
12.00u Rudi Ekkart (RKD), Wilhelm Martin
12.30u Discussie
12.45u Lunch
14.00u Paul Knolle (Rijksmuseum Twenthe, Enschede), Adolph Staring en Jan Knoef
14.30u Peter de Ruiter (Rijksuniversiteit Groningen), A.M. Hammacher
15.00u Anita Hopmans (RKD), ‘Kunsthistorische’ archieven in de collectie van het RKD:
inhoud en onderzoeksmogelijkheden
15.30u Discussie
15.45u Afsluiting en borrel