U bent hier: Home Nieuwsarchief vervallen berichten Programma

Programma

Zes kunsthistorici zullen - verdeeld over twee sessies – een lezing van 30 minuten geven over een onderwerp dat binnen het thema van de studiedag past. Aan het einde van elke sessie worden de lezingen onder begeleiding van een sessievoorzitter kort nabesproken. De dag wordt afgesloten met een paneldiscussie, waaraan een aantal experts zullen deelnemen en waarbij de aandacht vooral zal uitgaan naar ideeën over hoe dit thema in toekomstig onderzoek nog beter vorm kan krijgen.

Algemene inleiding
Dr. Annemieke Hoogenboom (Universiteit Utrecht)

Eerste sessie
Sessievoorzitter: prof. dr. Frans Grijzenhout (Universiteit van Amsterdam)

Retour de Paris. Kunstzinnige uitwisselingen tussen Nederland en Frankrijk in de negentiende eeuw
Mr. drs. Mayken Jonkman, conservator Negentiende-eeuwse Nederlandse en Belgische kunst, RKD

Het RKD onderzoekt, samen met het Van Gogh Museum, de relatie tussen de Nederlandse en de Franse kunstwereld in de negentiende eeuw. Aan de hand van Frederik Hendrik Kaemmerer (1839-1902) die hier als case study fungeert, worden de verschillende aspecten van het onderzoek belicht, waarbij onder meer wordt ingegaan op de rol van het netwerk, de opleiding en de kunsthandel en de omgeving op de stijl, de techniek en de theoretische opvattingen van de schilder. Verder wil dit onderzoek aantonen dat Nederlandse kunstenaars veel meer over de grens keken dan tot op heden werd aangenomen.

“Le système […] que j’ai emprunté aux Hollandais.” Hollandse zeventiende eeuwse kunst en de Style Troubadour in Frankrijk, 1790-1830
Eveline Deneer MA

Aan het begin van de negentiende eeuw ontstond in Frankrijk een artistieke stroming die tezijnertijd buitengewoon geliefd was bij een groot publiek, maar waarvan de belangrijkste vertegenwoordigers buiten Frankrijk nog altijd nauwelijks bekend zijn. Met hun mengvorm van genre- en historieschilderkunst en hun voorkeur voor Middeleeuwse onderwerpen wisten de kunstenaars van de style troubadour, de naam waaronder de stroming nu vooral bekend is, als geen ander in de eerste decennia van de negentiende eeuw het grote publiek te bereiken. De schilderkunst van de Hollandse zeventiende eeuw heeft in de ontwikkeling van de style troubadour een speciale rol gespeeld, die tot op heden nagenoeg onderbelicht is gebleven. Deze studie poogt de plaats te bepalen van dit curieuze hoofdstuk in de lange geschiedenis van de receptie van Hollandse kunst in Frankrijk.

De familie Haanen als een case study voor de materiële en immateriële uitwisseling in de beeldende kunst tussen Nederland en de Duitstalige wereld (1815-1860)
Manon van der Mullen MA

Nederlandse kunst uit de eerste helft van de negentiende eeuw heeft in vergelijking met kunst uit andere perioden pas recentelijk een plek in het wetenschappelijke spectrum weten te veroveren. Bij pogingen om de ontwikkelingen tussen ongeveer 1815 en 1860 in een internationaal perspectief te plaatsen, werd bovendien vaak niet verder gekeken dan Frankrijk. Hans Kraan toonde in zijn Dromen van Holland (2002) al aan dat ook Duitsland grote invloed uitoefende op haar buurland. In dit onderzoek worden de artistieke relaties en handelsbetrekkingen op het gebied van de landschapsschilderkunst tussen Nederland en de Duitstalige wereld onder de loep genomen. De tot nu toe onderbelichte, Nederlandse kunstenaarsfamilie Haanen met haar kosmopolitische contacten en ambitieuze handelsgeest fungeert hierbij als case study.

Nabespreking eerste sessie onder leiding van de sessievoorzitter

Lunchpauze

Tweede sessie
Sessievoorzitter: prof. dr. Wessel Krul (Rijksuniversiteit Groningen)

Het Musée du Luxembourg en het negentiende-eeuwse aanzien van eigentijdse Nederlandse kunst in Frankrijk
Sara Tas MA

Aan het einde van de negentiende eeuw genoot de Hollandse zeventiende-eeuwse kunst een steeds groter aanzien in Frankrijk. Mede hierdoor werd er door de Fransen ook geïnteresseerd naar Nederlandse eigentijdse kunst gekeken. In het Musée du Luxembourg, dat lange tijd het nationale museum voor Franse contemporaine kunst was geweest, begon men aan het einde van de negentiende eeuw een internationaal verzamel- en presentatiebeleid na te streven. In dit onderzoek wordt nagegaan welke reputatie de Nederlandse eigentijdse kunst in de negentiende eeuw in Frankrijk had en op welke manier dit terug te zien was de verzameling van het nationale Musée du Luxembourg.

Schilderachtig Spanje. De reizen van Nederlandse kunstenaars naar Spanje aan het einde van de negentiende eeuw.
Renske Suijver MA (Van Gogh Museum)

Vanaf de jaren tachtig van de negentiende eeuw gingen verschillende Nederlandse kunstenaars op zoek naar het ‘schilderachtige Spanje’. Jacobus van Looy, Jozef Israëls en Marius Bauer zijn de bekendste. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond in Nederland belangstelling voor Spanje en de Spaanse kunst. Naast de beeldende kunst was ook in andere takken van cultuur, zoals de literatuur, het theater en de reisfotografie een tendens gaande om zich meer op het land en al zijn typische kenmerken te gaan richten. Hierdoor konden kunstenaars zich een beeld van Spanje vormen. Deze lezing behandelt de motieven van de Nederlandse kunstenaars om naar Spanje te gaan en de manier waarop hun belevingen van het land en van de Spaanse schilderkunst zijn terug te zien in hun werk.

Moderate Modernity: the Collecting of The Hague School art by the Scots in the late Nineteenth Century
Alba Campo Rosillo MA

The Scots were the greatest collectors of The Hague School paintings. A successful and wealthy Scottish middle-class group of industrialists started collecting The Hague School paintings from the 1860s onwards. Thanks to its rough technique, The Hague School art presented the industrial bourgeoisie as modern. It also attempted to copy the art collecting of Golden Age painting by the aristocracy. In addition to this, The Hague School depictions of an idyllic foreign landscape comforted the urban bourgeoisie against the aggressive advance of their industrial activities on rural areas. These collectors, however, became avant-garde art consumers in promoting late nineteenth-century Dutch art in a European context where the French and English schools were the norm.

Nabespreking tweede sessie onder leiding van de sessievoorzitter

Paneldiscussie met experts
Voorzitter: Dr. Rachel Esner (Universiteit van Amsterdam)

Panelleden: Dr. Ellinoor Bergvelt (Universiteit van Amsterdam)
Dr. Chris Stolwijk (Van Gogh Museum)
Prof. dr. Ad de Jong (Universiteit van Amsterdam)
Dr. Tom Verschaffel (Katholieke Universiteit Leuven)

Meer informatie
E: studiedag.19e.eeuw@gmail.com


 

Print pagina http://website.rkd.nl/nieuwsarchief-vervallen-berichten/Toelichting%20programma