contact home sitemap zoeken in deze site

Symposium de geschiedenis van het verzamelen programma

Ariane van Suchtelen: Verzamelingen in het klein: Antwerpse ‘constcamers’
Kunstkamervoorstellingen zijn schilderijen die op heel verschillende niveau’s kunnen worden bekeken en geïnterpreteerd. Welke al dan niet herkenbare kunstwerken zijn weergegeven en hoe worden die gepresenteerd? Wat betekent die keuze? Welke rol spelen de personages in de kamers? Hoe realistisch zijn kunstkamervoorstellingen? Heeft de schilder de weergegeven kunstwerken zelf gezien, bevonden die werken zich toentertijd daadwerkelijk in Antwerpen? Deze lezing zal ingaan op de vraag wat deze schilderijen ons kunnen vertellen over de zeventiende-eeuwse Antwerpse verzamelcultuur. Wat was ideaal en wat was werkelijkheid en voor wie waren deze schilderijen bestemd?

Ben van Beneden: Verzamelen voor een gerust gemoed. Neo-stoïcisme en verzamelcultuur in zeventiende-eeuws Antwerpen
Dat de schilderijen van Willem van Haecht als absolute hoogtepunten van het genre van de geschilderde kunstkamer worden beschouwd, is alleen al begrijpelijk door de ongelooflijke beeldrijkdom en gelaagde iconografie van zijn voorstellingen. Van Haechts kunstkamers bieden niet alleen een verbluffende verbeelding van de ideale verzameling, ze zitten vol met verwijzingen naar het artistieke, culturele en intellectuele leven van het Antwerpen van zijn tijd. Opvallend is de aanwezigheid van allerlei details waarvan de diepere betekenis in de sfeer van neo-stoïsch gedachtegoed moet worden gezocht. Zo is in de composities van Van Haecht vaak een ereplaats ingeruimd voor antieke bustes en beelden van de Romeinse stoïsche filosoof Seneca en van diens ‘deugdheld’ Hercules, evenals voor verhalende elementen en schilderijen-in-het schilderij die de stoïsche deugd van standvastigheid verbeelden. Op één van Van Haechts schilderijen is Rubens – een van prominentste aanhangers van het neo-stoïcisme – voorgesteld in het gezelschap van onder meer de Antwerpse burgemeester Nicolaas Rockox en de humanist Jan van de Wouwer (Woverius), beiden gedreven neo-stoïcijnen. Door de aanwezigheid van deze elementen bieden de voorstellingen van Van Haecht interessante aanknopingspunten voor een beter begrip van de intellectuele cultuur in zeventiende-eeuws Antwerpen.

Jaap van der Veen: Verzamelingen en verzamelaars in de Nederlanden: een vergelijking
Publicaties over verzamelingen en hun bezitters in de vroegmoderne tijd zijn in de regel stads- of streekgebonden. Vergelijkingen tussen collecties in verschillende steden worden over het algemeen niet gemaakt, laat staan tussen collecties in verschillende landen. Het is genoegzaam bekend, dat in de laatste decennia van de zestiende eeuw sprake was van een grote migratie van Zuidnederlanders naar het noorden en dat hun invloed op het economische en culturele leven in de Noordelijke Nederlanden onmiskenbaar was. Nauwelijks is echter onderzocht in hoeverre de samenstelling van collecties in de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden verwantschap vertoonden of juist van elkaar verschilden.

Ingrid R. Vermeulen: David Teniers’ Theatrum Pictorium (1660): de uitvinding van de collectiecatalogus van schilderijen
In de zeventiende eeuw waren Nederlandse schilderijencollecties niet alleen uitgangspunt van geschilderde kunstkamers, maar ook van geïllustreerde catalogi. Het Theatrum Pictorium dat David Teniers de Jonge (1610-1690) in 1660 uitgaf met reproducties van schilderijen uit de verzameling van aartshertog Leopold Wilhelm (1614-1661) geldt als de eerste in het genre. De publicatie was een succes. Cornelis de Bie loofde het werk in Het Gulden Cabinet (1662), het werd in verschillende edities tot ver in de achttiende eeuw opnieuw uitgebracht en het bevond zich in vele grote prentverzamelingen in Europa, zoals die van Michel de Marolles, Pieter Cornelis van Leyden, Karl Heinrich von Heinecken en Joshua Reynolds. Maar het Theatrum Pictorium bleef niet van kritiek verstoken. Vooral de kwaliteit van de reproducties moest het ontgelden, maar ook de afwezigheid van kunstkritische toelichtingen en de willekeurige ordening van het materiaal waren kunstkenners een doorn in het oog. Dergelijke commentaren werpen licht op de eisen die vanaf de uitgave van het Theatrum Pictorium aan de collectiecatalogus van schilderijen werden gesteld.

Bert Timmermans: De dispositie van het milieu van de connaisseurs-collectioneurs binnen de zeventiende-eeuwse Antwerpse kunstwereld (1585-1700): een veldanalyse
Antwerpen groeide in de eerste helft van de zestiende eeuw uit tot de belangrijkste artistieke gateway en pool binnen het stedelijke netwerk van de Nederlanden. Na 1585 was de Scheldestad aan regionaliseringprocessen onderhevig. Bleef Antwerpen in de eerste helft van de zeventiende eeuw een spil van kunststromingen, in de tweede helft verloor het als artistiek centrum aan betekenis. Deze lezing beoogt een diachronische analyse van de zeventiende-eeuwse Antwerpse kunstwereld: het in kaart brengen van de evolutie van de veldstructuur, het traceren van de verschuivende veldposities van de verschillende participanten alsmede de dialectische processen van competitie en samenwerking die tussen hen plaatsvonden. En dit vanuit het perspectief van het milieu van de connaisseurs-collectioneurs. De vraagstelling komt bondig geformuleerd op het volgende neer: welke dispositie nam dit milieu in binnen de kunstwereld en welke veranderingen onderging deze in de loop der tijd? Verschilde de positionering van het milieu naargelang het desbetreffende circuit binnen de kunstwereld? En wat was de impact van de verschuiving van het zwaartepunt tussen de verschillende circuits op haar dispositie? In de analyse zal de aandacht uitgaan naar economische afhankelijkheidsrelaties, subnetwerken van kunstbeslissers, artistieke selectieprocessen en de rol van de verschillende platforms en publieke contexten daarbij.

Veerle De Laet: Schilderijenverzamelaars in het zeventiende-eeuwse Brussel
Vanaf de late zestiende eeuw zagen de eerste particuliere schilderijenverzamelingen het licht in de Zuidelijke Nederlanden. In de literatuur over de praktijk van het verzamelen van kunst, en van schilderijen in het bijzonder, kaapt de zeventiende-eeuwse Antwerpse havenstad de hoofdrol weg. Hier vinden we goed bestudeerde verzamelaars en kunstliefhebbers als Nicolas Rockox, Cornelis Van der Gheest, Arnold Lunden, Anthoon van Leyen en Peeter Stevens. De Brusselse hofstad echter, herbergde binnen haar stadsmuren evenzeer verzamelaars met een neus voor schilderijen. De kabinetten die de Brusselse schilder Gillis van Tilborgh (ca. 1625-ca. 1678) nauwkeurig op doek zette, getuigen van dit kunstminnende publiek dat aanwezig was in het zeventiende-eeuwse Brussel. Spijtig genoeg bleef onderzoek naar Brusselse verzamelaars en kunstliefhebbers tot nog toe erg beperkt en is onze kennis fragmentarisch. In deze lezing zullen de Brusselse schilderijenverzamelaars in het voetlicht worden geplaatst en zal worden getracht een beeld te krijgen van hun profiel en hun smaak voor schilderijen. Daarbij zal de vergelijking worden gemaakt met de veel beter bestudeerde Antwerpse verzamelaars uit dezelfde periode. In hoeverre kunnen we spreken van een gedeelde smaak voor bepaalde iconografische thema’s, ateliers en kunstenaars? Of tekenen er zich tussen Brusselse en Antwerpse schilderijenverzamelaars duidelijk verschillen af?

Madelon Simons: Binnen bij de verzamelaar?
Kijkend naar de schilderijen met kamers vol kunst van Willem van Haecht kun je even een illusie koesteren, even het gevoel hebben rond te kijken bij een zeventiende-eeuwse verzamelaar thuis. Maar wat valt er aan verbeelding te koesteren als er geen kleurig schilderij is? Van Amsterdamse zeventiende-eeuwse interieurs bijvoorbeeld, bestaan geen kunstkamerschilderijen en er is ook niet veel ander samenhangend beeldmateriaal. Er is evenwel, zeker tijdens en na de tentoonstelling De wereld binnen handbereik. Nederlandse kunst- en rariteitenverzamelingen, 1585-1735 (1992), veel materiaal van en over Amsterdamse verzamelaars bijeengebracht. Is het met dat materiaal mogelijk bij deze grachtenbewoners in huis te kijken? In deze lezing zal een poging worden gedaan aan de hand van inventarissen, prosopografisch onderzoek, reconstructies van zeventiende-eeuwse Amsterdamse woningen, documenten van en over verzamelaars en eigenaars, en uiteraard ook met behulp van de (sporen van) de verzamelingen zelf. De lezing neemt u mee over de drempel bij heel verschillende Amsterdammers: een zeer welgestelde, politiek actieve bewoner van de Herengracht, maar ook bij een bierbrouwster op de Nieuwe Zijds Achtergracht en een apotheker op de Oude Schans. En misschien lukt het zelfs Amsterdammers te vinden die in hun veel onbeduidender woningen iets van hun verzameling willen laten zien.

Ruud Priem: ‘Deze schoone Verzameling van Schilderijen, zints vele jaren in Europa bekend zijnde’: Nederlandse schilderijencollecties uit de periode 1770-1850
Al in de zeventiende-eeuwse Nederlandse Republiek werden schilderijen naar het buitenland verkocht, maar vanaf het midden van de achttiende eeuw kwam een ware uittocht op gang. De Hollandse meesters waren zeer geliefd bij Engelse, Duitse en Franse kopers. Van een nationaal streven om het cultureel erfgoed voor het vaderland te behouden, was toen nog geen sprake. Veel kunstverzamelingen werden geveild en zo in klinkende munt omgezet. De internationale verspreiding van onze oude meesters had echter ook een positief effect op de waardering van verzamelaars in binnen- en buitenland. Bovendien was het zeker niet zo dat alle kunst die de moeite waard was ten prooi viel aan de Hollandse koopmansgeest. Uit reisverslagen van buitenlandse kunstliefhebbers in onze streken lezen we onder meer: ‘One point to which the traveller in Holland ought certainly to direct his attention, is the collection of pictures of the Dutch school. Though specimens of its masters are dispersed through all the galleries of Europe, they are nowhere seen in greater perfection than in the Museums of the Hague and Amsterdam, and in the numerous private cabinets in these and other Dutch towns’ (J. Murray, A Handbook for Travellers on the Continent, Londen 1838). Aan de hand van enkele representatieve voorbeelden zal in deze lezing een indruk worden gegeven van de aard en inhoud van Nederlandse schilderijenverzamelingen uit de periode 1770-1850, alsmede van belangrijke ontwikkelingen op de kunstmarkt.